vermorzelen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
vermorzelen vermorzelde vermorzeld
zwak -d volledig

Werkwoord

vermorzelen

  1. overgankelijk in kleine stukken slaan, pletten
    • Hij vermorzelde het kostbare porselein toen hij er onverhoeds op viel.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. in kleine stukken slaan, pletten

Duits: zerdeppern (de) Noors: knuse (no) Nynorsk: knuse (nn) Spaans: destrozar (es), quebrantar (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "vermorzelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vermorzelen op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be