vermorzelen - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘verbrijzelen’ voor het eerst aangetroffen in 1532 [1]
- afgeleid van morzelen met het voorvoegsel ver- [2]
vermorzelen
- overgankelijk in kleine stukken slaan, pletten
- Hij vermorzelde het kostbare porselein toen hij er onverhoeds op viel.
1. in kleine stukken slaan, pletten
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 97 % |
van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "vermorzelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ vermorzelen op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be