voegwoord - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voegwoord voegwoorden
verkleinwoord voegwoordje voegwoordjes

Zelfstandig naamwoord

het voegwoord o

  1. (grammatica) een woord dat twee zinsdelen met elkaar verbindt (woordsoort)
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

enige Nederlandse voegwoorden

aangezien al aleer alhoewel als alsof alsook behalve daar dan dat dewijl doch door doordat doordien dus eer en hoewel indien ingeval maar mits naar naardien naargelang naarmate nadat nademaal noch of ofschoon omdat opdat overmits schoon sedert sinds tenware tenzij terwijl toen totdat vermits voor vooraleer voordat wanneer want wijl zo zoals zodat zodra zowel
Vertalingen

1.

Bulgaars: съюз (bg) Bretons: stagell (br) v Deens: bindeord (da) Duits: Konjunktion (de) v, Bindewort (de) o Engels: conjunction (en) Esperanto: konjunkcio (eo) Fins: konjunktio (fi), sidesana (fi) Frans: conjonction (fr) v Fries: bynwurd (fy) o Iers: cónasc (ga) Indonesisch: kata (id) sambung, kata (id) Interlingua: conjunction (ia) Italiaans: congiunzione (it) Japans: 接続詞 (ja) Lets: coniunctio (lv) v Litouws: jungtukas (lt) m Oudgrieks: σύνδεσμος m (syndesmos) Pools: spójnik (pl) m Portugees: conjunção (pt) v Spaans: conjunción (es) v

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "voegwoord" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. voegwoord op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

voegwoord

  1. voegwoord