voegwoord - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voeg·woord
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘conjunctie’ voor het eerst aangetroffen in 1666 [1]
- samenstelling van voeg ww en woord [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voegwoord | voegwoorden |
| verkleinwoord | voegwoordje | voegwoordjes |
Zelfstandig naamwoord
het voegwoord o
- (grammatica) een woord dat twee zinsdelen met elkaar verbindt (woordsoort)
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
enige Nederlandse voegwoorden
Vertalingen
1.
| Bulgaars: съюз (bg) Bretons: stagell (br) v Deens: bindeord (da) Duits: Konjunktion (de) v, Bindewort (de) o Engels: conjunction (en) Esperanto: konjunkcio (eo) Fins: konjunktio (fi), sidesana (fi) Frans: conjonction (fr) v Fries: bynwurd (fy) o Iers: cónasc (ga) | Indonesisch: kata (id) sambung, kata (id) Interlingua: conjunction (ia) Italiaans: congiunzione (it) Japans: 接続詞 (ja) Lets: coniunctio (lv) v Litouws: jungtukas (lt) m Oudgrieks: σύνδεσμος m (syndesmos) Pools: spójnik (pl) m Portugees: conjunção (pt) v Spaans: conjunción (es) v |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord voegwoord staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "voegwoord" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "voegwoord" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ voegwoord op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /ˈfuxvuə̯rt/
Zelfstandig naamwoord
voegwoord