zetmeel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zetmeel zetmelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het zetmeel o

  1. (voeding) verzamelnaam voor complexe polymere koolhydraten die in de natuur dienen als voedselreserve voor planten
Synoniemen
Hyponiemen
aardappelzetmeel kleefmaiszetmeel maiszetmeel maïszetmeel rijstzetmeel tapiocazetmeel tarwezetmeel
Afgeleide begrippen
zetmeelacetaat zetmeelcel zetmeeldieet zetmeelgehalte zetmeelgom zetmeelindustrie zetmeelketen zetmeelkorrel zetmeelmais zetmeeloplossing zetmeelpudding zetmeelrijst zetmeelstroop zetmeelsuiker zetmeelvormer zetmeelwaarde zetmeellijm
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Duits: Stärkemehl (de) o Engels: starch (en) Frans: amidon (fr) m Spaans: almidón (es) m, fécula (es) v

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zetmeel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. zetmeel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be