zwezerik - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwezerik zwezeriken
verkleinwoord zwezerikje zwezerikjes

Zelfstandig naamwoord

de zwezerik m

  1. (anatomie) klierachtig, hormoonvormend orgaan
    • De oude vrouw is onwel geworden van de bedorven zwezerik.
Synoniemen
Vertalingen

1. klierachtig, hormoonvormend orgaan

Catalaans: tim (ca) m Duits: Thymus (de) m, Thymusdrüse (de) v, Bries (de) o Engels: thymus (en), thymus gland (en) Frans: thymus (fr), (culinair) ris (fr) m Italiaans: timo (it) m Japans:Kanji: 胸腺 (ja) Hiragana: きょうせん (ja) Romaji: kyousen (ja) Noors: tymus (no) m, brissel (no) m Pools: grasica (pl) v Spaans: timo (es) Tsjechisch: brzlík (cs) m Waals: timusse (wa) m Zweeds: bräss (sv) g

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zwezerik" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be