zwezerik - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwe·ze·rik
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘borstklier van een kalf (gegeten als delicatesse)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1701 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwezerik | zwezeriken |
| verkleinwoord | zwezerikje | zwezerikjes |
Zelfstandig naamwoord
de zwezerik m
- (anatomie) klierachtig, hormoonvormend orgaan
- De oude vrouw is onwel geworden van de bedorven zwezerik.
Synoniemen
- [1] thymus
Vertalingen
1. klierachtig, hormoonvormend orgaan
| Catalaans: tim (ca) m Duits: Thymus (de) m, Thymusdrüse (de) v, Bries (de) o Engels: thymus (en), thymus gland (en) Frans: thymus (fr), (culinair) ris (fr) m Italiaans: timo (it) m Japans:Kanji: 胸腺 (ja) Hiragana: きょうせん (ja) Romaji: kyousen (ja) | Noors: tymus (no) m, brissel (no) m Pools: grasica (pl) v Spaans: timo (es) Tsjechisch: brzlík (cs) m Waals: timusse (wa) m Zweeds: bräss (sv) g |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord zwezerik staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwezerik" herkend door:
| 89 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "zwezerik" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be