jij - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

| | enkelvoud | meervoud | | | | | -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ | | onderwerp | voorwerp | onderwerp | voorwerp | | | 1e persoon | ik'k | mijme | wijwe | ons | | 2e persoon_(informeel)_ | jijje | jouje | jullie | jullie | | 2e persoon_(formeel)_ | u | u | u | u | | 2e persoon_(regionaal)_ | gijge | u | gijge | u | | 3e persoon_(mannelijk)_ | hijie | hem'm | zijze | (dat.) hun(acc.) henze | | 3e persoon_(vrouwelijk)_ | zijze | haar'r, d'r | | | | 3e persoon_(onzijdig)_ | het't | het't | | | | 3e persoon_(genderneutraal)_ | hen | hen | | | | Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm | | | | |

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

jij

  1. tweede persoon enkelvoud informeel
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

je hebt nog niets verwezenlijkt

Vertalingen

1. aangesproken persoon enkelvoud informeel

Cherokee: ᏁᎯ (chr) (nehi) Deens: du (da) Duits: du (de), dich (de) Engels: you (en), thou (en) (verouderd) Esperanto: vi (eo) Frans: tu (fr), toi (fr) IJslands: þú (is), þig (is) Ido: tu (io) Indonesisch: anda (id) Italiaans: tu (it) Koerdisch: tu (ku) Latijn: tu (la) Limburgs: doe (li) Oekraïens: ти (uk) (ty) Papiaments: e Pools: ty (pl) Portugees: tu (pt), te (pt) Roemeens: tu (ro) Russisch: ты (ru) (ty) Spaans: (es), te (es) Taroko: issu Vietnamees: cậu (vertrouwelijk), ngươi (tegen ondergeschikte), mày buiten familie: ông (tegen oudere man), (tegen oudere vrouw), anh (jonge man), chị (jongere vrouw), (jonge vrouw of lerares), em (kind of veel jongere vrouw), (zeer oud persoon), thầy (leraar), cháu (kind van vrienden) tegen familie (hangt af van de relatie tot de persoon tegen wie men spreekt): ông (tegen een grootvader), (tegen een grootmoeder), cha/bố (vader), mẹ (moeder), anh (oudere broer), chị (oudere zus), em (jongere broer/zus), bác (oom oudere broer van moeder of vader), chú (oom jongere broer van vader), cậu (oom broer van moeder), dượng (aangetrouwde oom), bác gái (tante oudere zus van moeder of vader), (tante jongere zus van vader), (tante jongere zus van moeder), thím (tante aangetrouwd aan jongere broer van vader), mợ (aangetrouwde tante langs moeders kant), cháu (oom/tante tegen neef/nicht)

Werkwoord

vervoeging van
jijen

jij

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jijen
    • Ik jij.
  2. gebiedende wijs van jijen
    • Jij!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jijen
    • Jij je?
Anagrammen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "jij" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be