woord - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een waard, woerd of woord.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woord woorden
verkleinwoord woordje woordjes

Zelfstandig naamwoord

de woord m

  1. (biologie) mannetjeseend
    • De mannelijke wilde eend, de woord, kenmerkt zich door de glanzende groene kop en het grijze en bruine lijf.
Schrijfwijzen
Hyperoniemen
Vertalingen

[6] Woorden in een woordenboek.

Zelfstandig naamwoord

het woord o

  1. (taalkunde) spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
    • In het woordenboek vindt men de betekenis van een woord.
      Net als zij zei hij geen woord.[2]
      'Is dit echt?' vroeg Olive fluisterend, maar toen kon ze geen woord meer uitbrengen.[2]
  2. belofte
    • De koning kwam zijn belofte na en hield woord.
      Ze kon 's nachts niet slapen, zich afvragend wat er zou gebeuren als de mensen Jorge op zijn woord zouden gaan geloven.[2]
  3. (religie) (in het christendom:) het woord van God, Jezus Christus, of de inhoud van de bijbel
    • In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. (Johannes 1:1-18).
  4. (informatica) de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur
  5. (dictie) de manier om iets uit te spreken
  6. (taalkunde) in de orthografie een rij schrifttekens die door spaties of leestekens worden afgegrensd
  7. (taalkunde), (metonymisch) taaluiting in het algemeen
    ‘Storm? Vannacht? Nee, maak je geen zorgen.’ Na deze geruststellende woorden trokken we ons ieder terug in onze eigen tent.[3]
  8. het geschreven woord: een geschreven of gedrukte tekst
    Blijkbaar vond ze - net als ik - het geschreven woord een gemakkelijker manier om de wereld te begrijpen.[2]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Uitdrukkingen en gezegden

Dat is heel erg duidelijk, iedereen (zelfs iemand die minder slim is) kan dat begrijpen

Iets al vóór iemand anders zeggen, zodat die andere het zelf niet meer hoeft te zeggen

Je haalt de woorden uit mijn mond.

Positief over iemand spreken tegenover iemand anders, iemand tegenover een ander verdedigen

Iemand duidelijk zeggen waar het op staat, iemand streng toespreken

Iets wat men zelf eerder heeft gezegd, weer intrekken

Iets zo erg/choquerend vinden dat het niet meer in woorden is uit te drukken

Als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug

Het moeilijke onderwerp waar iemand mee zit moet worden uitgesproken/is uitgesproken

Iemand anders de gelegenheid geven om te spreken

Naar iemand luisteren en diegene uitleg geven

ruzie of enigheid hebben

Doen wat men beloofd heeft

Iets is zo heftig/choquerend enz. dat de bijbehorende emotie niet goed in woorden valt uit te drukken (vgl. Er geen woorden voor hebben)

Doen wat men eerder beloofd heeft

Iets pas zeggen als het uitgebreid overdacht is

Vertalingen

1. spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen

Afrikaans: woord (af) Albanees: fjalë (sq) v, llaf (sq) m Angelsaksisch: word (ang) Arabisch: كلمة (ar) v (kálima) Aragonees: parabra (an), parola (an) Armeens: բառ (hy) (bar) Baskisch: hitz (eu), berba (eu) Boeginees: ᨕᨉ Bretons: ger (br) m Bulgaars: дума (bg) v (duma) Catalaans: paraula (ca) v, mot (ca) m Chinees: (zh) (cí), 單詞 (zh) 单词 (zh) (dāncí) Deens: ord (da) o Duits: Wort (de) o Engels: word (en) Erzja: вал (val) Esperanto: vorto (eo) Estisch: sõna (et) Faeröers: orð (fo) Fins: sana (fi) Frans: mot (fr) m Fries: wurd (fy) o Galicisch: palabra (gl) Georgisch: სიტყვა (ka) Grieks: λέξη (el) v (léksi) , κουβέντα (el) v (kuvé[n]da) , λόγος (el) m (lóɣos) Guarani: ñe'ẽ (gn) Haïtiaans Creools: , pawòl Hebreeuws: מִלָּה (he) v (mîlá) Hongaars: szó (hu) Ido: vorto (io) Iers: focal (ga) IJslands: orð (is) Indonesisch: kata (id) Interlingua: parola (ia), vocabulo (ia) Inupiak: uqaluk (ik) Italiaans: parola (it) v, vocabolo (it) m, termine (it) m Japans: 言葉 (ja) ( ことば (ja), kotoba), 単語 (ja) ( たんご (ja), tango) Jiddisch: װאָרט (yi) o (vort) Koerdisch: peyv (ku) v, bêje (ku) v, kelîme (ku) v, gotin (ku) v, çeko (ku) v, şor (ku) v Koptisch: ⲥⲁϫⲓ Koreaans: 낱말 (ko) (natmal) Kroatisch: riječ (hr) m Latijn: vocabulum (la) o, verbum (la) o Lets: vārds (lv) m Litouws: žodis (lt) m Luxemburgs: Wuert (lb) Macedonisch: збор (mk) Malayalam: വാക്ക് (ml) (vaakku) Maltees: kelma (mt) Mari: мут Nauruaans: dorer (na) Nedersorbisch: słowo (dsb) o Noors: ord (no) o Nynorsk: ord (nn) o Novial: vorde Nynorsk: ord (nn) o Occitaans: paraula (oc) Oekraïens: слово (uk) Papiaments: palabra Perzisch: کَلَمِه (fa) (kælæme), واژِه (fa) (vâže) Pools: słowo (pl) o Portugees: palavra (pt) v, vocábulo (pt) m Roemeens: cuvânt (ro) o Russisch: слово (ru) o (slóvo) Schots-Gaelisch: facal (gd) Siciliaans: parola (scn) v Sloveens: beseda (sl) Slowaaks: slovo (sk) o, slová (sk) mv, slov (sk) genitief mv Soemerisch: inim Somalisch: aray (so) Spaans: palabra (es) v Surinaams: wortu Tagalog: salita (tl) Telugu: పదము (te) (padamu) Thai: คำ (th) (khāṁ) Toevaans: сөс Tsjechisch: slovo (cs) o Turks: sözcük (tr), kelime (tr) Tyap: swang a̱lyiat (kcg) Vietnamees: từ (vi) Welsh: gair (cy) Zoeloe: igama (zu) Zweeds: ord (sv) o

3. het woord van god of de inhoud van de bijbel

4. de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "woord" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 3 4
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

woord

  1. woord

Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

woord

  1. woord (psychologisch-taalkundige eenheid)

Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord woord woorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woord

  1. woord
Schrijfwijzen

Meer informatie

Veluws

enkelvoud meervoud
naamwoord woord woorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woord

  1. woord