echtgenoot - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Miep Gies met haar echtgenoot
Uitspraak
- Geluid: echtgenoot (hulp, bestand)
- IPA: /ˈɛxtxəˌnot/
Woordafbreking
- echt·ge·noot
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘man met wie iemand getrouwd is’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1631 [1]
- samenstelling van echt en genoot [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | echtgenoot | echtgenoten |
| verkleinwoord | echtgenootje | echtgenootjes |
Zelfstandig naamwoord
de echtgenoot m
- (familie) een mannelijke huwelijkspartner
- De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis.
▸ Zouden de fysieke verschillen tussen wijlen mijn echtgenoot en mijn nieuwe vriend een logisch gevolg zijn van het verschil in hun levensstijl? Arend zat een groot deel van de dag in zijn werkkamer - met sigaar - waar hij klanten, architecten en onderaannemers ontving, terwijl Giorgos het grootste deel van zijn leven op een steiger stond.[3]
▸ En opeens was er ook geen echtgenoot.[3]
- De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis.
- (familie) een huwelijkspartner
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een mannelijke huwelijkspartner
| Afrikaans: eggenoot (af) Bosnisch: muž (bs) m, suprug (bs) m Bulgaars: съпруг (bg) m Catalaans: marit (ca) m Deens: ægtemand (da) g Duits: Ehemann (de) m, Gatte (de) m Engels: husband (en) Esperanto: edzo (eo) Fins: aviomies (fi) Frans: mari (fr) m, époux (fr) m Grieks: σύζυγος (el) m Hongaars: férj (hu) Ido: spozulo (io) IJslands: eiginmaður (is) m Indonesisch: suami (id) | Italiaans: marito (it) m, sposo (it) m Kroatisch: muž (hr) m, suprug (hr) m Latijn: maritus (la) m Occitaans: marit (oc) m, òme (oc) m, espós (oc) m Pennsylvania-Duits: Mann (pdc) m Pools: mąż (pl) m Portugees: marido (pt) m, esposo (pt) m Roemeens: soţ (ro) m Russisch: муж (ru) m Spaans: esposo (es) m, marido (es) m Tsjechisch: manžel (cs) m, choť (cs) m Turks: eş (tr), koca (tr) Zweeds: make (sv) g |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord echtgenoot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "echtgenoot" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "echtgenoot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ echtgenoot op website: Etymologiebank.nl
- 1 2
Ronald Giphart e.a.
“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be