duivel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

De duivel uitgebeeld als een geit

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duivel duivelsduivelen
verkleinwoord duiveltje duiveltjes

Zelfstandig naamwoord

de duivel m

  1. (mythologie), (religie) de personificatie van het kwaad
    • Zoals god en de engelen de personificaties zijn van het goede, zo is de duivel de personificatie van het kwade.
      `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[3]
      Was Harald ronduit slecht, een duivel in mensengedaante die je zijn eigen ondergang tegemoet moest laten gaan? Een gruwelijke gedachte, maar als je je gedachten de vrije loop liet kon er van alles bovenkomen.[4]
  2. (figuurlijk) kwaadaardig persoon
    • Hij is een echte duivel.
Synoniemen

[1]

Beëlzebub droes drommel Joost [2] Lucifer Mefisto Pietje Pik Satan Zwarte Piet [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand die iets verkeerds heeft gedaan, bewust in bescherming nemen

Iets verraden aan de vijand

Met iedereen wel raad weten

Heel kwaad zijn

Gek, krankzinnig zijn of zich zo gedragen

Een beklagenswaardige persoon, iemand met wie men medelijden zou moeten hebben

Iets slechts vergoelijken/Eer betuigen aan iemand die slechte dingen doet

Gezegd van iets wat dusdanig slecht verloopt, dat er wel kwade krachten aan het werk lijken

Verwensing (bet. "rot op", "bekijk het maar helemaal" etc.)

Voor niets of niemand bang zijn

Spreekwoorden

Als je over iemand spreekt in diens afwezigheid, kan diegene juist dan opduiken

Juist degenen die al rijk zijn, worden als enigen steeds rijker

Men is mogelijk niet eerlijk

Wie eenmaal in de macht van iets verkeerds is geraakt, loopt grote kans daar alleen maar verder in weg te zakken

Luiheid heeft negatieve gevolgen, of: met wie lui is, loopt het op den duur slecht af

Door niet mee te doen met kwaadsprekerij, voorkom je onenigheid

Met geld is alles mogelijk (vgl. Geld opent alle deuren)

Een bedrieger is moeilijk zelf weer te bedriegen

Uitdrukking uit de tijd van de heksenvervolgingen op Wikipedia (nl), waarin men mensen die veel zuivel aten in verband bracht met hekserij

Vertalingen

1.

Afrikaans: duiwel (af) Albanees: djall (sq) Catalaans: diable (ca) m Chinees: 惡魔 (zh), 恶魔 (zh) Deens: djævel (da) Duits: Teufel (de) m Engels: devil (en) Estisch: kurat (et) Fins: paholainen (fi) piru, perkele (fi), sielunvihollinen (fi) Frans: diable (fr) m Fries: duvel (fy) Grieks: διάβολος (el) m Hebreeuws: שד (he) m Hongaars: ördög (hu) Indonesisch: setan (id) iblis IJslands: djöfull (is) m Italiaans: diavolo (it) m Japans: 悪魔 (ja) (あくま, akuma) Koreaans: 악마 (ko) Latijn: diabolus (la) m Maleis: setan (ms) Papiaments: diabel, djabel, djablo Pools: diabeł (pl) m Portugees: diabo (pt) Roemeens: drac (ro) m, diavol (ro) m, naiba (ro) v Russisch: дьявол (ru) m Spaans: diablo (es) m Tsjechisch: ďábel (cs) Vietnamees: ma (vi), quỷ (vi), ma quỷ (vi) Zweeds: djävul (sv) g, jävul (sv) g

Werkwoord

vervoeging van
duivelen

duivel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duivelen
    • Ik duivel.
  2. gebiedende wijs van duivelen
    • Duivel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duivelen
    • Duivel je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "duivel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. duivel op website: Etymologiebank.nl
  3. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14

  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be