ezel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ezel ezels
verkleinwoord ezeltje ezeltjes

Zelfstandig naamwoord

de ezel m

  1. (onevenhoevigen) bepaald paardachtig zoogdier, Equus asinus op Wikispecies, met lange oren dat zeer eigenwijs is
    • De ezel was continu aan het balken.
      Ik ben eigenlijk loodgieter en heb al mijn gereedschap en mijn bestelbus verkocht, waarvan ik deze twee paarden heb gekocht voor 2500 dollar per stuk. Maar ik begrijp nu waarom de vorige eigenaar van ze af wilde, ze luisteren totaal niet, superkoppig, net ezels.[4]
  2. (scheldwoord) domkop, sukkel
    • Je bent een ezel omdat je de sleutel bent verloren.
  3. (gereedschap) (schilderkunst) steunmeubel, schildersezel
    'Ik denk niet dat ze dit heeft voorzien toen ze mijn schilderij op de ezel zette,' zei Olive.[5]
    • De schilder had het doek op zijn ezel gezet.
  4. (techniek) voorste hanger van een windmolen waaraan de vangbalk vooraan met een scharnierpunt vastzit
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden

de jongste moet de vervelende klusjes opknappen

wanneer iemand een fout heeft gemaakt past diegene er meestal voor op diezelfde fout nog eens te maken

je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft

snel van onderwerp wisselen zonder rode draad

steeds van onderwerp veranderen

Overerving en ontlening
Vertalingen

1. bepaald paardachtig zoogdier, Equus asinus

Afrikaans: donkie (af), esel (af) Albanees: gomari (sq) Arabisch: حمار (ar) (ḥimār) Baskisch: asto (eu) Beiers: Grischer (bar), Grischr (bar) Bosnisch: magarac (bs) m Bretons: azen (br) Bulgaars: магаре (bg) o (magare) Catalaans: burro (ca) Centraal-Huasteeks Nahuatl: borroj (nch) Chinees: (zh) Deens: æsel (da) Duits: Esel (de) m Engels: donkey (en), ass (en) Esperanto: azeno (eo) Estisch: eesel (et) Faeröers: asni (fo) Fins: aasi (fi) Frans: âne (fr) m Fries: ezel (fy) Friulisch: mus Galicisch: asno (gl), burro (gl) Grieks: γάιδαρος (el) Hebreeuws: חמור (he) m Hongaars: szamár (hu) Hoogsilezisch: yjzel (szl) Iers: asal (ga) IJslands: asni (is) Indonesisch: keledai (id) Interlingua: asino (ia) Italiaans: asino (it) m Kasjoebisch: òseł (csb) klassiek Nahuatl: axnoh Koerdisch: ker (ku) m Kroatisch: magarac (hr) Ladino: musc Latijn: mulus (la) Lets: ēzelis (lv) Limburgs: aezel (li) Litouws: asilas (lt) Luxemburgs: Iesel (lb) Macedonisch: магаре (mk) (magare) Maltees: ħmar (mt) Nedersorbisch: ezel (dsb), wosoł (dsb) Noord-Fries: eesel Noors: esel (no) o Nynorsk: esel (nn) o Occitaans: ase (oc) Oekraïens: віслюк (uk) (wisl'uk) Oezbeeks:Cyrillisch: эшак (uz) Latijns: eshak (uz) Oppersorbisch: wosoł (hsb) Perzisch: خر (fa) Pools: osioł (pl) Portugees: asno (pt) m, burro (pt) m, jumento (pt) m Quechua: asnu (qu) Roemeens: măgar (ro) m, asin (ro) m Reto-Romaans: asen (roh) Romani: magari m, magarka v Russisch: осёл (ru) m Sami: áse, ásen Sardisch: burriccu (sc), molenti (sc), molingianu (sc), àinu (sc) Schots: cuddie (sco) Schots-Gaelisch: asal (gd) m, aiseal (gd) m Servisch: магарац (sr) (magarac) Sloveens: osel (sl) m Slowaaks: somár (sk) m, osol (sk) m Spaans: asno (es) m, burro (es) m Tok Pisin: donki (tpi), esel (tpi) Tsjechisch: osel (cs) Turks: eşek (tr), merkep (tr) Tyap: a̱ka̱za̱nki (kcg) Urdu: گدها (ur) (gadha) Welsh: asyn (cy) Wit-Russisch: асел (be) Zacapoaxtlabergen-Nahuatl: burroj Zweeds: åsna (sv) g

Werkwoord

vervoeging van
ezelen

ezel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ezelen
    • Ik ezel.
  2. gebiedende wijs van ezelen
    • Ezel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ezelen
    • Ezel je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ezel op website: Etymologiebank.nl
  3. "ezel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  5. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Fries

Zelfstandig naamwoord

ezel

  1. (onevenhoevigen) ezel; paardachtig dier met lange oren

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

ezel

  1. (onevenhoevigen) ezel; paardachtig dier met lange oren
Schrijfwijzen

Nedersorbisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

ezel

  1. (onevenhoevigen) ezel; paardachtig dier met lange oren
Synoniemen