god - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord god goden
verkleinwoord godje godjes

Zelfstandig naamwoord

de god m

  1. (religie) hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
    • De god van de zee, de god van de oorlog.
    • Waren de goden kosmonauten?
      Die willen alleen maar jam van bosaardbeitjes die zijn besproeid met zuiver spuitwater uit een verlaten bergdorp in het Amazonegebied en van akkers die zijn bemest met keuteltjes die God zelf uitgepoept heeft, maar ik vind Hero top.[5]
      Ze wist niet of ze in God geloofde, maar ze wist wel dat dit meisje gezegend was.[6]
  2. versterkend voorvoegsel (krachtterm) heel erg, gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden als versterker van het rechterdeel; in feite samengesteld met God, maar geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 16.S
    • Ze zitten de godganse dag achter de computer.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

het is mij volkomen onduidelijk

Ze had verteld dat Reede het vreselijk vond om te moeten flirten met oude markiezinnen in vochtige kastelen waar God mocht weten wat voor schatten op zolder lagen weg te rotten.[6]

Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht...

Afrikaans: god (af) Aino: カムイ Alemannisch: Gott Angelsaksisch: god (ang) Avaars: аллагь (av) Beiers: God (bar) Duits: Gott (de) m Darginisch: аллагь Engels: god (en) Frans: dieu (fr) m Fries: god (fy) Hoogsilezisch: bůg (szl) Inupiak: agaayun (ik) Koemuks: аллагь Lak: аллагь Latijn: deus (la) Limburgs: god (li), gód (li) Luxemburgs: Gott (lb) Lezgi: аллагь Middelengels: god, God, godd, godde Middelnederduits: gad, god, got Middelnederlands: god, got Nedersaksisch: god (nds), Goatt (nds), Godd (nds), Gott (nds), Guatt (nds) Noors: gud (no) m Nynorsk: gud (nn) m Oezbeeks: xudo (uz) Oudfries: god Oudsaksisch: gad (osx), god (osx) Pools: bóg (pl) Roemeens: zeu (ro) Russisch: бог (ru) m (bog) Saterfries: God (stq) Schots: god (sco) Servisch: bog (sr) Slowaaks: boh (sk) Spaans: dios (es) Tsjechisch: bůh (cs) m Turks: tanrı (tr) Vietnamees: thần (vi) West-Vlaams: god (vls)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "god" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. god op website: Etymologiebank.nl
  3. Guus Kroonen. 2013. Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden - Boston: Brill Publishers: p. 193-4.
  4. Peter Schrijver. 1991. The reflexes of the PIE laryngeals in Latin. Amsterdam - Atlanta: Rodopi: p. 441-2.

  5. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  6. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord god gode

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Angelsaksisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god; hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
  2. (religie) God; de god van de Abrahamistische religies (specifiek de Christelijke God)
Schrijfwijzen
  1. God
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Overerving en ontlening

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 136
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald(sterk) g enkelvoud god bedre bedst
o enkelvoud godt
meervoud gode
bepaald(zwak) enkelvoud enmeervoud gode bedre bedste

Bijvoeglijk naamwoord

god

  1. goed

Verwijzingen

Drents

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
god gods

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Fries

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord god goaden
verkleinwoord godsje

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen

Limburgs

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Middelengels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god; hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
  2. (religie) God; de god van de Abrahamistische religies (specifiek de Christelijke God)
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Middelnederduits

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Middelnederlands

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Nedersaksisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Nedersorbisch

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

god

  1. genitief meervoud van gódy
Schrijfwijzen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 106

Bijvoeglijk naamwoord

god

  1. goed
    «Er det noen som har forslag til en god kake?»
    Heeft iemand een suggestie voor een goede taart?

«Fotballjentene, håndballjentene, skigutta og Oslo-filharmonikerne. De hevder seg i verdenstoppen. På samme måte skal vi vise at norsk næringsliv klarer seg internasjonalt. Trenger vi kanskje et nytt slagord? Det er typisk norsk å være god[1]

De voetbalmeiden, de handbalmeiden, de skijongens en het Oslo Philharmonisch Orkest. Ze beweren aan de wereldtop te staan. Op dezelfde manier moeten we laten zien dat het Noorse bedrijfsleven en de industrie het internationaal goed doen. Hebben we misschien een nieuwe slogan nodig? Het is typisch Noors om goed te zijn

Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald(sterk) m/v enkelvoud god bedre best
o enkelvoud godt
meervoud gode
bepaald(zwak) enkelvoud enmeervoud gode bedre beste
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

op tijd

Gelukkig Nieuwjaar!

alsjeblieft / dankjewel

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron
    Noors premier Gro Harlem Brundtlands
    “Nyttårstale (Nieuwjaarstoespraak)” (1 januari 1992)

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

god

  1. goed
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald(sterk) m/v enkelvoud god betre best
o enkelvoud godt
meervoud gode
bepaald(zwak) enkelvoud enmeervoud gode betre beste
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

op tijd

Gelukkig Nieuwjaar!

alsjeblieft / dankjewel

Oudfries

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god
Overerving en ontlening

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Oudsaksisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god; hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
  2. (religie) God; de god van de Abrahamistische religies (specifiek de Christelijke God)
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Bijvoeglijk naamwoord

[B] god

  1. goed
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Schots

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Sloveens

Zelfstandig naamwoord

god

  1. naamdag

West-Vlaams

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] god

  1. (religie) god
Afgeleide begrippen

Werkwoord

[B] god

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van goan
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van goan