gaan - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
gaan gaand
gang gegaan
Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
gaan ging gegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

gaan

  1. ergatief zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af
    • Hij ging naar Amerika.
      Ze waren naar buiten gegaan om te plassen maar werden daar plotseling omringd door een blauwe lichtbol.[2]
  2. mogelijk zijn
    • Dat gaat niet.
  3. hulpwerkwoord vormt een onmiddellijke toekomende tijd
    • En nu ga ik slapen.
      Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.[2]
      Zo stil mogelijk ging ik rechtop in mijn slaapzak zitten en probeerde mijn overvolle blaas geruisloos te legen.[2]
  4. hulpwerkwoord (Belgisch-Nederlands) vormt een toekomende tijd, grotendeels synoniem met zullen
    • Jullie gaan nog staan kijken!
      Het kan best zijn dat we het nooit echt gaan weten.[3]
      Als het aan Vereecke ligt, komt er nog een veertigste, of zelfs vijftigste editie van de Night of the Proms. ‘Het kan, maar we beseffen dat dat niet vanzelf gaat gaan.’[4]
      Jamaar, is 't gij die vertelt of is 't ik? Ge gaat gaan horen.[5]
      Als je met 0-2 gaat gaan winnen bij een rechtstreekse concurrent dan kan je niet anders dan tevreden zijn.[6]
Opmerkingen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  1. Ik ga nu naar de 50 en heb nog nooit een smoking gedragen.[7]
Uitdrukkingen en gezegden

ergens mee vandoor gaan

dezelfde fouten maken als iemand anders

voor welvaart moet gewerkt worden, niks is gratis

genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is

als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek

iets aan iemand vertellen die niet te vertrouwen is

Er niets van begrijpen

dingen doen die die eigenlijk aan z'n baas moet overlaten of die die niet mag

iets heel gewoons

de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen

De beslissing nemen

eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan

men kan gevaarlijke dingen blijven doen totdat het misgaat.

dood gaan

die gedachte gaat niet lukken

alles overhebben voor iemand

hartverscheurend zijn

wanneer iedereen rustig blijft, passen veel mensen in dezelfde ruimte

in een gezelschap zwijgt iedereen plotseling

erg wild en rumoerig aan toe gaan

ergens verschrikkelijk tegen opzien

erg trots over iets zijn en erover opscheppen

niemand die wil toevoegen en er beide voor gaan om te winnen

verborgen wensen en verlangens komen vroeg of laat bewust of onbewust bovendrijven, je kan ze niet onderdrukken ofwel: familieleden nemen het uiteindelijk steeds weer voor elkaar op

dood gaan

het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers

zich nergens van aantrekken

ergens niets van aantrekken

vroeg naar bed gaan

boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen

met veel bagage gaan

zich aan een ander onderwerpen

totaal verloren gaan zonder dat er iets van overbleef (bv schip)

kapot gaan

ten onder gaan, zinken ofwel: zeer grote problemen krijgen en wellicht ophouden te bestaan

Verongelukken (en met een schip: zinken)

voorzichtig te werk gaan

er zijn nogal wat moeilijkheden.

dood gaan

Een reis maken

Als je alleen op pad gaat zijn er ook risico’s en verleidingen. Zo zou ik van een berg af kunnen vallen, opgegeten kunnen worden door een beer of een wel heel erg leuke vrouw tegen kunnen komen. [8]

dood gaan

gaan rusten of slapen ofwel: vertrekken of weggaan

failliet gaan

lopend

een ernstige fout maken

over iemand worden vervelende dingen steeds gezegd

alles voor iets over hebben ofwel: alle goede en foute mogelijkheden gebruiken om het doel maar te halen

na aandringen/lang er mee wachten toegeven

Heel rustig en langzaam gaan

altijd eerlijk zijn

zeer ruime keus hebben

aan een stuk doorgaan (met liegen)

gestorven zijn of sterven ofwel: ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is

volhouden

snel van onderwerp wisselen zonder rode draad

het gaat eenvoudig/goed zonder problemen

flauwvallen

ergens gaan wonen en langer verblijven

zeer voorspoedig gaan zonder problemen

elkaar altijd helpen

alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt

als je zelf iets gedaan hebt wat verkeerd is, moet je een ander niet van beschuldigen als die hetzelfde gedaan heeft

gaan werken

van boord gaan, uit de boot stappen

weggaan

samengaan, altijd samen voorkomen

bankroet gaan

uitbundig alle remmen losgooien

Vertalingen

1. zich in een bepaalde richting bewegen

Afrikaans: gaan (af) Albanees: ecën (sq) Angelsaksisch: gan (ang), wendan (ang), wadan (ang), faran (ang), feran (ang) Arabisch: ذهب (ar) (ðáhaba) Armeens: գնալ (hy) Baskisch: joan (eu) Catalaans: anar (ca) Chinees: (zh) (qù) Duits: gehen (de) Engels: go (en) Esperanto: iri (eo) Filipijns: magpatuloy Fins: mennä (fi) Frans: aller (fr) Grieks: πάω (el) (páo) Hebreeuws: הלך (he) (halákh) Hongaars: megy (hu) Ido: irar (io) Iers: téigh (ga) Indonesisch: pergi (id) Italiaans: andare (it) Koerdisch: çûn (ku) Koreaans: 가다 (ko) (gada) Kroatisch: ići (hr) Latijn: ire (la), vadere (la) Novial: vada Oudnoords: líða Oekraïens: йти (uk) Papiaments: bay (Curaçao), bai (Aruba) Perzisch: رفتن (fa) (ræftæn) Pools: iść (pl), chodzić (pl) Portugees: ir (pt) Quechua: riy (qu) Reto-Romaans: ir (rm) Roemeens: a merge (ro), a duce (ro) Russisch: идти (ru) (itti) Siciliaans: iri (scn), annari (scn) Sloveens: iti (sl), oditi (sl) Spaans: ir (es), andar (es) Telugu: వెళ్ళు (te) (vellu), పోవు (te) (povu), వెళ్ళిపోవు (te) (vellipovu) Thai: ไป (th) (pai) Turks: gitmek (tr) Vietnamees: đi (vi) Zweeds: (sv)

aan de slag gaan

Duits: sich an die Arbeit machen

aan land gaan / aan wal komen

Duits: an Land gehen

uit zijn dak gaan

Duits: sehr böse werden

Zijn haren gingen (recht) overeind staan.

Duits: Ihm sträubten sich die Haare.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

7

1

Verwijzingen

  1. "gaan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 3
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Het Laatste Nieuws in: Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 178 kol. 2
  4. De morgen in: Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 178 kol. 2
  5. Het verdriet van België in: Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 178 kol. 2
  6. Het Laatste Nieuws in: Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 179 kol. 1
  7. Fabula rasa in: Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 179 kol. 1
  8. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  10. 1 2 “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, gaan

Afrikaans

Uitspraak
stamtijd
infinitief voltooid deelwoord
gaan gegaan
volledig

Werkwoord

gaan

  1. gaan
    «Ek gaan môre rugby speel.»
    Ik ga morgen rugby spelen.