land - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord land landen
verkleinwoord landje landjes

Zelfstandig naamwoord

het land o

  1. (geologie) gedeelte van het aardoppervlak dat boven water (rivieren, zeeën, oceanen e.d.) uitsteekt
    • We moeten op land geen windmolens meer plaatsen, maar uitsluitend investeren in zeewindparken.
    • De kikker leeft zowel op het land als in het water.
  2. (landbouw) dat deel van de aardbodem dat geschikt is voor of gebruikt wordt voor bebouwing of landbouw en veeteelt
    • Hij heeft een stuk land gekocht.
    • De boeren zijn op het land bezig met het maaien van het gras.
  3. (geopolitiek) een geografisch afgebakend gebied dat aan één bepaald gezag is onderworpen, en zodoende geldt als eigen staat
    • Het hele land was in rep en roer.
    • Het is een corrupt land.
      In de lucht cirkelde een helikopter. Het leek wel een scène uit een film. Wat een land, zo anders dan mijn veilige, kleine Nederland.[2]
      21 juni is de langste dag van het jaar die overal ter wereld op een unieke manier wordt gevierd. De Zweden dansen tijdens de midzomeravond om de meiboom en in andere landen worden vuren aangestoken om het verleden te verbranden.[2]
  4. niet-verstedelijkt gebied
  5. het eigen land, het land waar men geboren is
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

In tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren

Aan iets een hekel hebben

Je hoeft maar weinig moeite te doen om mensen vóór te blijven als zij zich niet in dat onderwerp verdiepen of er geen tijd/moeite in willen stoppen ofwel: wanneer iemand als enige een beetje van iets weet, lijkt het voor iedereen die er niets van weet alsof diegene er echt verstand van heeft

Iemand die vriendelijk is bereikt meer in het leven dan iemand die onaardig en onbeleefd is

Van boord gaan, uit de boot stappen

Algemene aanduiding voor landen die tot de Derde Wereld worden of werden gerekend

Weten hoe de omstandigheden zijn

Een land waar het goed en voorspoedig leven is

Stoett-2177 [3]

Iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit

Met iemand niets kunnen beginnen omdat die niet wil

Vechten voor het vaderland

Het continent

(eufemistisch) Leven

Een volk is sterk gehecht aan de eigen cultuur en gewoonten

Overal heen gaan, specifiek om iets te verkrijgen, te kopen

Iedereen heeft het erover

Gezegd van iemand die opschept, pocht

Vertalingen

1. gedeelte van het aardoppervlak dat boven water uitsteekt

2. dat deel van de aardbodem dat geschikt is voor bebouwing...

3. een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen

Arabisch: بلد (ar) Bretons: bro (br) v Catalaans: país (ca) m Cherokee: ᎠᏂᏣᎳᎩᎦᏙᎯ (chr) (anitsalagigadohi) Chinees: (zh) (traditioneel), 国 (vereenvoudigd, Japanse), 圀 (Keizerin Wu) Deens: land (da) Duits: Land (de) o, m v Staat , Nation Engels: country (en) Fins: maa (fi), valtio (fi) Frans: pays (fr) m Fries: lân (fy) o Grieks: χώρα (el) (chora) Hebreeuws: ארץ (he) Hongaars: ország (hu) Indonesisch: negara (id), bangsa (id) Interlingua: pais (ia) Italiaans: paese (it) m Japans: (ja) (くに, kuni), 国家 (こっか, kokka) Koreaans: 나라 (ko) (nara) Latijn: terra (la) Nauruaans: eb (na) Nedersaksisch: laand (nds) Noors: land (no) o Nynorsk: land (nn) o Pennsylvania-Duits: land (pdc) o Perzisch: كشور (fa) Pools: kraj (pl) m Portugees: país (pt) m Roemeens: țară (ro) v Russisch: страна (ru) v (strana) Slowaaks: krajina (sk) v Spaans: país (es) m Tsjechisch: země (cs) v Turks: ülke (tr), memleket (tr) Vietnamees: quốc (vi), nước (vi) Xhosa: ilizwi Zweeds: land (sv)

4. niet verstedelijkt gebied

5. het eigen land, het land waar men geboren is

Werkwoord

vervoeging van
landen

land

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van landen
    • Ik land.
  2. gebiedende wijs van landen
    • Land!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van landen
    • Land je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "land" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. www.dbnl.org
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Alemannisch

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land
    «USA isch de gröschte land vode Wäult.»
    De VS is het grootste land ter wereld.

Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

land o

  1. land
Overerving en ontlening

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 552

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | land | landet | lande | landene | | genitief | lands | landets | landes | landenes |

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. land

Verwijzingen

Engels

Uitspraak
Uitspraak
enkelvoud meervoud
land lands

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land
vervoeging
onbepaalde wijs to land
he/she/it lands
verleden tijd landed
voltooid deelwoord landed
onvoltooid deelwoord landing
gebiedende wijs land

Werkwoord

land

  1. onovergankelijk landen
  2. onovergankelijk aanlanden, belanden
  3. overgankelijk doen landen
  4. overgankelijk doen belanden
  5. overgankelijk aan land brengen, aan land afzetten

Faeröers

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. land

Gotisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land
Schrijfwijzen

IJslands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. land

Middelengels

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land; een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen
Schrijfwijzen
lande lænde laund loand lond londe

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land; een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 578

Werkwoord

land

  1. gebiedende wijs van lande

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | land | landet | land | landalandene | | genitief | lands | landets | lands | landaslandenes |

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. land
    «Konvensjonen omfatter både dyre- og plantearter, og de fleste land i verden har sluttet seg til den.»
    Het verdrag heeft betrekking op zowel dier- als plantensoorten, en de meeste landen in de wereld zijn toegetreden tot het.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

in het (hele) land, over het (hele) land

«I begge tilfælder var det papirfabrikanterne hele landet over som stod i kamp mod papirarbeiderne.»

In beide gevallen waren het de papierfabrikanten in het hele land die tegen de papierarbeiders vochten.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

land

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van land

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

land

  1. gebiedende wijs van landa
Synoniemen

Werkwoord

land

  1. gebiedende wijs van lande
Synoniemen

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | land | landet | land | landa |

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. land
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

land

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van land

Oudsaksisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land

Pools

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

land

  1. platteland
Synoniemen

Veluws

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land; een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen

Zeeuws

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

land

  1. land

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 653

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | land | landet | länder | länderna | | genitief | lands | landets | länders | ländernas |

Zelfstandig naamwoord

land, o

  1. (politiek) land, natie, staat
  2. (sociologie) platteland
  3. bodem, grond, terrein
  4. een stuk tuinland, plaats
  5. landmassa, vast land, vasteland
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen