oor - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oor
Woordherkomst en -opbouw
- [A] In de betekenis van ‘gehoororgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]
- [B] Verbastering van oord in de betekenis "kwart", omdat het een vierde van de stuiver waard was [3]
| [A] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | oor | oren |
| verkleinwoord | oortje | oortjes |
Zelfstandig naamwoord
[A] het oor o
- (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
▸ Door de unieke vorm van het oor wordt het geluid net anders vervormd afhankelijk van de richting. En uit de verschillen tussen de oren kan het brein afleiden waarvandaan het komt.[4]
▸ Na een tijdje merkte ik duidelijk aan mijn oren dat we van zeeniveau naar duizend meter hoogte aan het klimmen waren.[5] - (huishouden) handvat waaraan men een stuk servies kan optillen
▸ Zit het oor aan een koffiekopje aan de linker- of aan de rechterkant?[6]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- De oren spitsen
Heel goed luisteren
∗ Toen, plotseling, hoorden zij allen tegelijk het geschreeuw van de menigte, die verzameld was voor het Raadhuis. Zij spitsten de oren en hieven de Penselen op.[7]
- Luisterend oor aanbieden
Aandachtig luisteren naar wat iemand te zeggen heeft
• Ten slotte veel dank aan Huib Maaskant, Carlo Groot, Pieter van der Heuvel, Nils Adriaans, Baukje Brugman, Christine Dedding en Char Polak voor hun luisterend oor en adviezen. [8]
- De muren hebben oren
Let op wat je zegt, iedereen kan het horen
- Een en al oor zijn
Heel aandachtig naar iets luisteren
- Een draai om de oren geven
- Een oor te luisteren leggen
Onderzoeken wat een ander van iets vindt
- Een snee(tje) in het oor hebben
Dronken zijn
- Er wel oren naar hebben
Geïnteresseerd zijn in iets (zoals een voorstel, aanbod etc.)
- Het ene oor in, het andere weer uit
Iets (een raad e.d.) wel horen maar het vervolgens meteen weer vergeten; gezegd van hardleerse personen aan wie hetzelfde steeds weer opnieuw moet worden verteld
- Iemand de oren van het hoofd eten
Verschrikkelijk veel eten (bij iemand).
- Iemand de oren wassen
Iemand zeggen wat die fout gedaan heeft
- Iemand een oor aannaaien
Iets wijs laten maken
- Iemand het vel over de oren halen
Iemand te veel laten betalen
- Iets in het oor knopen
Iets goed onthouden
- Kleine potjes/kopjes hebben grote oren
Je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn
- Met de oren staan te klapperen
Erg verbaasd zijn
- Nog niet droog achter de oren zijn
Nog niet volwassen zijn
- Op een oor gevild
Bijna klaar zijn
Vertalingen
1. het lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
3. handvat waaraan je een stuk servies kunt optillen
1. Een oor van de VOC
uit 1790.
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (oor) | |
| verkleinwoord | oortje | oortjes |
Zelfstandig naamwoord
[B] het oor o
- (numismatiek) oude Nederlandse munt ter waarde van een kwart stuiver ofwel twee duiten
Opmerkingen
- Alleen het verkleinwoord is tegenwoordig gangbaar.
Uitdrukkingen en gezegden
- Kijken of men zijn laatste oortje versnoept heeft.
Heel sip, teleurgesteld of treurig kijken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| oren |
oor
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oren
- Ik oor.
- gebiedende wijs van oren
- Oor!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oren
- Oor je?
Gangbaarheid
- Het woord oor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "oor" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[9] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "oor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ oor op website: Etymologiebank.nl
- ↑ oortje op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron
Hendrik Spiering
“Waarom hebben je oren zo'n onregelmatige vorm?” (15 februari 2012) op nrc.nl
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Weblink bron
Micha Kat
“Edelachtbare, zit het oor van een kopje links of rechts?” (13 december 1997) op nrc.nl
- ↑
Herzen, Frank
“De zoon van de woordbouwer” (1970), ISBN 9062805450, p. 94 - ↑ Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oor | ore |
Zelfstandig naamwoord
oor
Voorzetsel
oor
Nedersaksisch
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oor | oren |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
oor
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Veluws
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oor | oren |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
oor