vrede - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

1. De duif als symbool van de vrede.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrede vredes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de vrede v / m

  1. (politiek) ontbreken van oorlog
    • In grote delen van de wereld blijkt het keer op keer niet mogelijk de vrede te bewaren.
      Onwillekeurig moest hij aan vrede denken.[3]
  2. toestand van rust
    'Welke tirannie?' 'De meeste mensen hier willen gewoon hun kool planten en die in vrede opeten,' zei Isaac.[4]
    In de natuur vind ik rust en vrede om na te denken en te bidden.[5]
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Nobelprijs voor de Vrede arbeidsvrede burgervrede geloofsvrede godsdienstvrede godsvrede huisvrede kerstvrede koningsvrede religievrede schijnvrede vakbondsvrede wereldvrede zielenvrede
Afgeleide begrippen
Vrede van Münster Vrede van Sumatra Vrede van Utrecht Vredenheim Vredespaleis antivredeskracht vredebode vredebreker vredebreuk vredegerecht vredehandel vredehandhaving vredekus vredelievend vredeling vredeloos vredemaker vredenburg vredeoffer vrederechter vrederijk vredesaanbod vredesactie vredesactivist vredesactiviste vredesactiviteit vredesafdwingend vredesafdwinging vredesagenda vredesakkoord vredesapostel vredesbeleid vredesbemiddelaar vredesbepaling vredesberaad vredesbereidheid vredesbespreking vredesbetoging vredesbevorderend vredesbewaarder vredesbewarend vredesbeweging vredesbijeenkomst vredesboodschap vredesboom vredescomité vredescommissie vredescompromis vredesconferentie vredescongres vredesdemonstrant vredesdemonstratie vredesdialoog vredesdiplomatie vredesdividend vredesdoorbraak vredesduif vredeseducatie vredesengel vredesfonds vredesformule vredesfront vredesgeluid vredesgesprek vredesgroep vredeshandhavend vredeshandhaver vredeshandhaving vredeshelikopter vredeshoop vredesinitiatief vredesinspanning vredesintentie vredesjaren vredesjirga vredeskamp vredeskans vredesklimaat vredeskoers vredeskorps vredeskrachten vredeskus vredesleger vredesmacht vredesmanifestatie vredesmars vredesmilitair vredesmissie vredesmonument vredesnaam vredesoffensief vredesonderhandelaar vredesonderhandeling vredesonderhandelingen vredesonderwijs vredesonderzoek vredesopbouw vredesoperatie vredesoplossing vredesoproep vredesorganisatie vredesovereenkomst vredesoverleg vredespact vredespad vredespartij vredespartner vredespijp vredesplan vredesplicht vredespoging vredespolitiek vredesprijs vredesproblematiek vredesproces vredesproject vredesraad vredesregeling vredesregering vredesreis vredesrijk vredesrobot vredesrol vredesronde vredessfeer vredessoldaat vredessterkte vredessymbool vredestaak vredestaal vredesteken vredestempel vredestichtend vredestichter vredestichtster vredestijd vredestop vredestraktaat vredestrein vredestroepen vredestuin vredesverdrag vredesvlag vredesvoorstel vredesvooruitzicht vredesvoorwaarde vredesvorst vredesvraagstuk vredesweek vredesweg vredeswens vredeswerk vredeswil vredeszaak vredeszone vredeteken vredevlag vredevol vredevorst vredevuur vredewens vredig vreedzaam
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

1. ontbreken van oorlog

Afrikaans: vrede (af) Albanees: paqja (sq) Alemannisch: Frieden Arabisch: سلام (ar) Aragonees: paz (an) Armeens: Խաղաղություն (hy) Asturisch: paz (ast) Azeri: sülh (az) Basjkiers: тыныслыҡ (ba) Baskisch: bake (eu) Bengaals: শান্তি (bn) Birmees: ငြိမ်းချမ်းရေး (my) Boerjatisch: энхэ тайбан (bxr) Bosnisch: mir (bs) Bretons: peoc'h (br) Bulgaars: мир (bg) Catalaans: pau (ca) v Cebuano: kalinaw Centraal-Koerdisch: ئاشتی (ckb) Chamorro: pås (ch) Cherokee: ᎤᏩᏙᎯᏯᏛ ᎨᏒ (chr) Chinees: 和平 (zh) Deens: fred (da) Duits: Frieden (de) m Engels: peace (en) Esperanto: paco (eo) Estisch: rahu (et) Extremeens: pas (ext) Faeröers: friður (fo) Fijisch Hindoestani: santi (hif) Fins: rauha (fi) Frans: paix (fr) v Fries: frede (fy) Friulisch: pâs Galicisch: paz (gl) Georgisch: მშვიდობა (ka) Grieks: ειρήνη (el) v (iríni) Gujarati: શાંતિ (gu) Haïtiaans Creools: lapè Hebreeuws: שלום (he) Hindi: शान्ति (hi) Hongaars: béke (hu) Iers: síocháin (ga) IJslands: friður (is) Iloko: kappia Indonesisch: damai (id) Interlingua: pace (ia) Italiaans: pace (it) v Jakoets: эйэ Jamaicaans Patois: piis (jam) Japans: 平和 (ja) Jiddisch: sholem (yi) Kannada: ಶಾಂತಿ (kn) Karatsjai-Balkarisch: мамырлыкъ Kazachs: бейбітшілік (kk) Khmer: សេរីភាព (km) Koerdisch: aştî (ku) v Koreaans: 평화 (ko) Kroatisch: mir (hr) Ladinisch: pesc Laotiaans: ສັນຕິພາບ (lo) Latijn: pax (la) v Lets: miers (lv) Limburgs: vraej (li) Litouws: taika (lt) Lombardisch: pax (lmo) Macedonisch: мир (mk) Malagasy: fandriam-pahalemana (mg) Malayalam: സമാധാനം (ml) Maleis: damai (ms) Maori: rongomau (mi), houhanga a rongo (mi) Marathi: शांतता (mr) Mirandees: paç Nepali: शान्ति (ne) Newaars: शान्ति (new) Noord-Fries: frees Noors: fred (no) m Nynorsk: fred (nn) m Occitaans: patz (oc) Oekraïens: мир (uk) Oezbeeks: tinchlik (uz) Papiaments: pas Pennsylvania-Duits: fridde (pdc) Perzisch: آشتی (fa) Picardisch: pèx (pcd) Piëmontees: pas Pools: pokój (pl) m Portugees: paz (pt) v Punjabi: ਅਮਨ (pa) Quechua: thak (qu) Reto-Romaans: pasch (rm) Ripuarisch: vreede (ksh) Roemeens: pace (ro) Roetheens: мір (rue) Russisch: мир (ru) m Sardisch: paghe (sc) Schots-Gaelisch: sìth (gd) Servisch: мир (sr) Servo-Kroatisch: mir (sh) Shona: rugare (sn) Siciliaans: paci (scn) Sindhi: امن (sd) Singalees: සාමය (si) Sloveens: mir (sl) Slowaaks: mier (sk) Somalisch: nabad (so) Spaans: paz (es) v Swahili: amani (sw) Tadzjieks: сулҳ (tg) Tagalog: katahimíkan (tl) Tamil: அமைதி (ta) Tataars: тынычлык (tt) Telugu: శాంతి (te) Thai: สันติภาพ (th) Tibetaans: ཞི་བདེ། (bo) Tsjechisch: mír (cs) m Tsjetsjeens: машар Tsjoevasjisch: тăнăç Turks: barış (tr) Urdu: امن (ur) Venetiaans: paxe Vietnamees: hòa bình (vi) Volapük: püd (vo) Waals: påye (wa) Waray-Waray: kamurayaw (war) Welsh: heddwch (cy) Wit-Russisch: мір (be) Wu: 和平 (wuu) Xhosa: uxolo 11 Zweeds: fred (sv) g

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vrede" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vrede op website: Etymologiebank.nl

  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375

  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

vrede

  1. vrede

Meer informatie

Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

vrede g

  1. (psychologie) woede, kwaadheid, drift
Verbuiging
vredes enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief vrede vreden
genitief vredes vredens
Synoniemen
Hyperoniemen